VVE en de BTW op zonnepanelen

De VVE zal door middel van een formulier “opgaaf zonnepaneelhouders” eerst moeten worden aangemeld bij de Belastingdienst. Dit formulier dient naar het juiste adres in Heerlen te worden verzonden.

Een Vereniging kan enkel als btw-ondernemer kwalificeren indien zij prestaties verricht in het economische verkeer en daarvoor een vergoeding ontvangt. Dit is het geval als een Vereniging zonnepanelen plaatst waarmee zij energie kan opwekken en zij vervolgens een deel van deze opgewekte energie verkoopt aan een energiebedrijf.

Als de Vereniging geldt als btw-ondernemer komt de in rekening te brengen of gebrachte btw op de aanschaf van zonnepanelen slechts voor aftrek in aanmerking indien en voor zover de zonnepanelen gebruikt worden voor belaste prestaties.

De Vereniging levert een deel van de opgewekte energie aan een energiebedrijf. Dit deel gebruikt de Vereniging dus voor belaste prestaties. Wanneer de Vereniging niet alle opgewekte stroom levert, zal zij zelf een deel van de opgewekte energie direct verbruiken (bijvoorbeeld voor de verlichting van het sportpark), dit deel van de opgewerkte energie wordt dan niet gebruikt voor belaste prestaties.

De Vereniging levert een deel van de opgewekte energie aan een energiebedrijf. Dit deel gebruikt de Vereniging dus voor belaste prestaties. Wanneer de Vereniging niet alle opgewekte stroom levert, zal zij zelf een deel van de opgewekte energie direct verbruiken (bijvoorbeeld voor de verlichting van het pand), dit deel van de opgewerkte energie wordt dan niet gebruikt voor belaste prestaties.

Samenvattend betekent dit voor zonnepanelen door de Vereniging aangeschaft en gebruikt:

– Wanneer de Vereniging opgewekte energie zelf direct verbruikt (bijvoorbeeld voor de verlichting van het pand) is hiervoor geen recht op aftrek van voorbelasting.
– Door de levering van energie aan het energiebedrijf, is sprake van een belaste prestatie waarover in beginsel ook btw betaald moet worden, hierdoor ontstaat recht op aftrek van voorbelasting.
– De forfaitaire regeling uit het document “Veel gestelde vragen en antwoorden over btw-heffing bij particulieren met zonnepanelen kan door de Vereniging niet worden toegepast.

Alleen natuurlijk personen (particulieren) kunnen dit forfait toepassen. Een Vereniging moet btw voldoen over de werkelijk aan de energiemaatschappij geleverde stroom. Gezien de complexiteit zal ik een rekenvoorbeeld in deze brief opnemen:

Voorbeeld:

U levert 2.000 kilowattuur (kWh) terug aan uw energiemaatschappij. Daarvoor krijgt u van uw energiemaatschappij een vergoeding. In dit voorbeeld gaan we uit van € 0,07 per kWh.

Over de vergoeding die u van uw energiemaatschappij daarvoor krijgt, moet u btw betalen.  U berekent deze btw als volgt: 2.000 kWh x € 0,07 =€ 140,–. Dit bedrag x 21% is € 29,40. U rondt af op hele euro’s in uw eigen voordeel. Deze bedragen vult u in bij rubriek 1a van uw aangifte.

Dit betekent dat de Vereniging veelal maar een deel van de aan haar in rekening gebrachte voorbelasting, in verband met het aanschaffen en plaatsen van zonnepanelen, in aftrek mag brengen.

Het percentage kan als volgt worden berekend:
De mate van aftrek wordt bepaald door de verhouding van het gebruik voor belaste prestaties (de aan het energiebedrijf geleverde kWh) gedeeld door het totaal door de zonnepanelen opgewekte kWh. Dit percentage bepaalt dan het bedrag aan aftrekbare voorbelasting.

U zult dus moeten bepalen hoeveel kWh u in een kalenderjaar heeft opgewekt en hoeveel kWh u in een kalenderjaar heeft geleverd aan het energiebedrijf.

Hoeveel u heeft opgewekt kunt u normaliter aflezen op de omvormer of nakijken op uw zonnepanelen app.

Stel er wordt 1000 kWh opgewekt en er wordt 300 kWh geleverd.
Dit betekent dat 30% (300/1000 x 100%)wordt gebruikt voor belaste prestaties en dus 30% van de aan de Vereniging in rekening gebrachte voorbelasting op de aanschaf van zonnepanelen voor aftrek in aanmerking komt.

Omdat de zonnepanelen aangemerkt worden als een roerend investeringsgoed zal de Vereniging de in aftrek gebrachte btw nog vier kalenderjaren na het jaar van aanschaf moeten herrekenen en eventueel herzien. (Dit vanwege het feit dat bovenstaand berekend percentage hoger of lager kan zijn ten opzichte van het jaar waarin de eerste teruggave is verleend)

Meer informatie over deze herzieningsregeling vindt u op www.belastingdienst.nl. (herziening roerende investeringsgoederen)